HOOFDSTUK 1 – WEHE- DEN HOORN – HISTORIE EN RECENTE ONTWIKKELINGEN

geen toekomst zonder verleden

 

Wehe-den Hoorn is een landelijk gelegen dorp in de gemeente Het Hogeland in Noordwest Groningen. De eerste bewoning van deze gronden dateert van 700 jaar na Christus.
Wehe-den Hoorn bestaat uit het voormalige wierdendorp Wehe en het in een hoek van de oude Marnedijk langs de Hoornse Vaart gelegen lintdorp Den Hoorn.
Wehe was vroeger overwegend Hervormd en Den Hoorn een katholieke enclave.
Wehe (Weeh, ook wel Wie) was ooit een bestuurlijk centrum, waar tevens recht werd gesproken.
In vroeger tijd was vervoer over water de meest comfortabele verbinding, Den Hoorn lag ongeveer op een dag varen vanaf “Stad”, een verklaring voor de vele kroegen die het dorp had.
Met het verbeteren van de wegverbindingen werd er een paardentramlijn onderhouden tussen Ulrum en Winsum, waar op het treinstation werd aangesloten. In Wehe is de tramremise nog duidelijk zichtbaar. Tussen 1922 en 1942 lag het dorp aan de spoorlijn van Winsum naar Zoutkamp, de Marnelijn. Na de opheffing werden de rails opgebroken, het treinstation van Wehe-den Hoorn bleef nog staan tot midden jaren ’60. In het gebouw was de sociale werkvoorziening van de gemeenten Leens en Ulrum gevestigd, later WANN genoemd, tegenwoordig Ability. Een onderdeel hiervan is tegenwoordig gevestigd aan de Mernaweg.

Omdat de dorpen aan elkaar waren gegroeid, werden ze op 1 januari 1963 samengevoegd.
Het dorp wordt door waterwegen (zgn. ‘maren’) omzoomd en is alleen bereikbaar over bruggen; het ligt op een kruising van 4 wegen, omgeven door weidse akkers, zoals de dorpsvlag ook laat zien.
Wehe- den Hoorn is qua middelen van bestaan van oudsher gericht op land- en tuinbouw, maar ook agrarische verwerking en meerdere transportbedrijven vinden er hun oorsprong.
Vanaf de jaren ‘70 van de vorige eeuw kampte het dorp met ‘krimp’, in eerste instantie veroorzaakt door de mechanisatie van de landbouw. De mechanisatie bracht naast nieuwe kansen ook werkeloosheid met zich mee. Hele gezinnen zochten toen hun heil in streken met meer werkgelegenheid, bijv. Twente (textiel) en Dordrecht en omstreken (scheepsbouw).
Na verloop van tijd sloten ten gevolge van bestuurlijke schaalvergroting en de krimp in het dorp ook het gemeentehuis (van gemeente Leens stond in Wehe- den Hoorn), het politiebureau, de huishoudschool (LHNO), de Rabobank. Meerdere bakkers hielden het voor gezien, evenals de limonadefabriek, de slager, de fietsenmakers de smid, de stofzuigerfabriek en een flink aantal tuinders.

Vanaf eind jaren ’50 zorgde de bietenzaadproductie voor veel werkgelegenheid. Jarenlang profiteerde het dorp van de voorspoedig draaiende firma Goyarts. Bietenzaad is van nature meerkiemig, in de praktijk nogal bewerkelijk. Er werd daarom lang gezocht naar een zaad dat maar één plantje voortbracht, zgn. eenkiemig (minder bewerkelijk) zaad. Een Zweeds bedrijf kwam hier eerder mee op de markt en Goyarts raakte daardoor zijn marktaandeel kwijt. Daarom werd besloten het bedrijf te verplaatsen naar het buitenland. Dat was een enorme klap voor het dorp, want er gingen veel arbeidsplaatsen verloren. De familie Goyarts, eigenaar van de fabriek die 80 % van alle Nederlandse suikerbietenzaad leverde, altijd zeer welwillend ten opzichte van welke vereniging dan ook, verhuisde mee.

Uiteindelijk verdwenen rond de eeuwwisseling ook de huisarts en de supermarkt uit het dorp.
De teelt, opslag, verwerking en vervoer van pootaardappelen zorgt tegenwoordig voor de nodige bedrijvigheid. Vanuit grote delen van het Hogeland worden vele aardappelrassen via Wehe-den Hoorn over de hele wereld verspreid.
De Woonvorm, een prachtig vormgegeven thuis voor ruim 20 meervoudig gehandicapten verhuisde naar Bedum vanwege de betere voorzieningen aldaar.
Na verloop van jaren bloeide de kleinschalige werkgelegenheid op, in de vorm van toeristische- en watersportvoorzieningen.

De afgelopen jaren is er in Wehe-den Hoorn met name geïnvesteerd door toeristische en recreatiebedrijven, die slaap-, eet-, vaar- en/of outdoorsport mogelijkheden aanbieden. De Hoornse Vaart is aantrekkelijk voor de vaarrecreatie, zoals kanotochten.

Eind jaren ’80 begin ’90 vorige eeuw werden in het dorp de eerste B & B’s geopend. Het Bed & Breakfast idee was overgewaaid uit Engeland, waar het al vrij gebruikelijk was. Steeds meer particulieren stelden hun huis open voor bezoekers.
De B & B in het molenaarshuis aan de Mernaweg is een zgn. erfgoed logies : ‘logeren in historisch erfgoed’. Het idee van erfgoed logies is in Groningen ontstaan.

In 2011 werd onder auspiciën van de Dorpsvereniging een boothelling aangelegd (Frits Weber boothelling). Als zodanig is er een betere toegang voor de vaarrecreatie gerealiseerd; In 2017 werd een ‘invaliden vissteiger’ gebouwd en door de Dorpsvereniging overgedragen aan de plaatselijke visvereniging (VIOL).

De katholieke en de openbare basisschool van het dorp zijn in 2012 gefuseerd en samen verder gegaan als ‘Hoogholtje’, basisschool voor katholiek en openbaar onderwijs. Sinds januari 2019 mag de school zich met recht ‘Integraal Kindcentrum Hoogholtje’ noemen; ze vervult inmiddels een bredere maatschappelijke functie in Wehe- den Hoorn, het takenpakket is uitgebreid: Naast het aanbieden van basisonderwijs en peuteropvang wordt er nu ook buitenschoolse opvang geboden voor kinderen t/m 12 jaar. Tevens voorziet de school in een loketfunctie voor de GGD, logopedie, een kindercoach en het consultatiebureau.
In Wehe- den Hoorn was ook een vestiging van het Hogeland College (HHC), een openbare school voor voortgezet onderwijs. In deze school werd onderwijs op VMBO niveau gegeven, met speciale aandacht voor de richting ‘Recreatie en Toerisme’. Ook het HHC kreeg met krimp te maken (30 % minder leerlingen) . De school in Wehe- den Hoorn sloot daarom met ingang van het schooljaar 2020 – 2021 zijn poorten. De leerlingen verhuisden naar de vestiging in Winsum.
Vanaf het najaar van 2020 wordt het voormalige HHC-pand voor de veiligheid bewoond door een anti-kraak groep.

Even ten noorden van het dorp stond tot 1823 de borg Wehe, Starkenborgh of Borgweer, eigendom van de familie Van Starkenborgh. De borgstee is nog te herkennen aan een deel van de oprijlaan en de grachten omringd door bos. Op de plaats waar de borg zelf heeft gestaan is een kunstwerk van de hand van Arjen Boerstra verrezen, aan de noordzijde is een bankje geplaatst met uitzicht over de velden. Deze plek is geliefd bij veel wandelaars, net als de 75-jarige hoogstamboomgaard Abelstok, iets ten oosten van het dorp.

 

Transitiejaren (2015 – 2020)

van ‘inspraak’ naar participatie en dorpsmanagement

De afgelopen jaren zijn vanuit de Dorpsvereniging Wehe- den Hoorn, in het kader van het door de (voormalige) Gemeente de Marne geïnitieerde project ‘Werken aan de Dorpen’, stappen gezet om informatie over door het dorp gewenste doelen te verzamelen. Zo zijn er in 2015/2016 een aantal bewonersbijeenkomsten en een enquète gehouden waarvan de resultaten onder auspiciën van de Dorpsvereniging door diverse werkgroepen zijn opgepakt.
Regionale en lokale overheden (provincie en gemeentes) verwachten tegenwoordig meer eigen initiatief van dorpen dan in het verleden. Dorpen zelf krijgen meer inbreng…dat is mooi…maar betekent voor de dorpen tegelijkertijd ook meer werk…werk dat overwegend op vrijwillige basis door de inwoners wordt verzet. Gelukkig kan er door lokale overheden en bijv. door de NAM (compensatie voor de aardbevingen problematiek,) nog wel financiële ondersteuning worden geboden om door het dorp gewenste en gekozen projecten te financieren; een mooi voorbeeld daarvan is het Beweegpark dat momenteel in Wehe- den Hoorn wordt gerealiseerd. In 2021 volgt de door de Gemeente en Provincie gefinancierde reconstructie van de doorgaande weg in het dorp.

 

Demografische ontwikkelingen

Situatieschets per 1 januari 2020

Wehe-den Hoorn telt per 1 januari 2020 741 inwoners, verdeeld over 362 huishoudens. Er staan in totaal 380 koop- en huurwoningen. Woningbouwvereniging Wierden en Borgen (W&B) heeft, als vrijwel enige verhuurder, 123 woningen in haar bezit (32% van de woningvoorraad in Wehe-den Hoorn). Het aandeel huurwoningen is in het dorp hoger dan in de rest van de gemeente. De sociale huurvoorraad bestaat voornamelijk uit gezinswoningen (65%). Een klein gedeelte is geschikt voor jongeren (16%) en de leeftijdscategorie 55-75 (19%).
27% van de bevolking is ouder dan 65 en 23% is jonger dan 25 jaar.

Krimp bestrijden of meebewegen ? Vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw had ons dorp, net als andere plattelandsdorpen met krimp te maken (zie hoofdstuk 1 - Wehe- den Hoorn – historie en recente ontwikkelingen). De krimp hing samen met technologische en sociaal economische ontwikkelingen in groter verband. Meebewegen bleek pure noodzaak. Echter, pogingen om krimp te bestrijden hoeven vervolgens niet per definitie helemaal kansloos uit te pakken. Zo werden de plannen (2015) om bijna de helft van de woningen aan de Rochefortstraat enkel te slopen naar wens van het dorp gewijzigd in vervanging van een groot deel ervan.
Actuele kernvraag in dit verband lijkt vooral hoe we ons dorp, met voorhanden menskracht, eigenen verworven middelen zo aantrekkelijk mogelijk weten te maken en te presenteren (deze dorpsvisie wil daar mede aan bijdragen). Van het samen vormgeven aan deze ambitie kan mogelijk een aanzuigende werking richting nieuwe inwoners uitgaan.

 

Kentering

De laatste paar jaren zien we dat er een heel nieuwe ontwikkeling gaande is : Herwaardering van het platteland c.q. ons dorp als vestigingsplaats voor jonge gezinnen en jonge professionals, een platteland / dorp met natuur-, fiets-, wandel- en sportmogelijkheden en veilige (fiets-) verbindingen voor de schoolgaande jeugd; met een grotere rol voor herkenbare lokale ondernemers, in Wehe- den Hoorn zich met name richtend op de toeristische sector.
In een artikel van het Dagblad van het Noorden d.d. 17 april 2020 werd door twee inwoners van een naburig dorp in dit verband gesteld dat het hoog tijd wordt om het Groninger platteland niet langer als probleemgebied te zien, maar als een begeerlijk en kansrijk gebied voor een nieuwe generatie gezinnen. Het Groningse platteland als onderdeel van de oplossing voor het overbevolkte stedelijke gebied in Nederland, met te kleine en te dure woningen en te weinig natuur.
Ook onze gemeente het Hogeland en de provincie Groningen zijn gaan inzien dat er vanuit stedelijk gebied ‘een trek’ naar het platteland gaande is, door de overspannen woningmarkt, zowel vanuit de stad Groningen als de Randstad. De Corona-crisis heeft dit alles nog eens extra in een stroomversnelling gebracht : het ‘onbekende’ Noord Groningen was lange tijd vrijwel virusvrij, reizen naar het buitenland was onmogelijk en daarom hebben veel Nederlanders hun vakantie in onze contreien doorgebracht, men was blij verrast door de schoonheid van onze omgeving en de vriendelijkheid van de bevolking (vrijwel iedereen groet onderweg en neemt de tijd voor een praatje). Door de lange ‘lockdown’ is een huis met eigen tuin verre te prefereren boven een flatje, en thuiswerken brengt met zich mee dat men gerust een stuk verder van de eigenlijke werkplek kan wonen. De lagere koopprijs van woningen in onze regio trok al veel mensen uit stedelijk gebied over de streep, huizen staan in onze regio inmiddels nog maar zeer korte tijd te koop.

(zie verder hoofdstuk 8. – wonen en samenleven)